[TNO-logo]
Museum logo

MUSEUM "WAALSDORP"

Transducenten en hydrofoons

  Veel werk werd verricht aan het ontwikkelen van transducenten en hydrofoons. Uit de literatuur was zeer weinig bekend op dit gebied en betrouwbare theorieën ontbraken, zodat de meeste constructies langs empirische weg tot stand kwamen. Bovendien moest het gebruik worden bestudeerd van de moderne keramische materialen, omdat die materialen voordelen boden boven piëzo-elektrische kristallen of magnetostrictieve metalen.

Een voorbeeld van de vele ontwikkelde hydrofoons is de Sonar Interceptie Hydrofoon LWS20. Als een schip, dat op zoek is naar onderzeeboten sonarsignalen uitzendt, dan kunnen die signalen worden opgevangen door een onderzeeboot voordat het schip de echo's waarneemt. Hiervoor beschikt de onderzeeboot over een Sonar Interceptie-ontvanger, een luisterapparaat dat van opgevangen sonarsignalen de richting en de frequentie bepaalt. Laagfrequente signalen zijn afkomstig van langeafstand-sonars, middenfrequente signalen van aanvalssonars en de hoogfrequente signalen komen van doelzoekende torpedo's. Het apparaat moet dus een breed frequentiespectrum kunnen ontvangen.


Hydrofoon LWS20 met 10 elementen

De transducent bestaat uit een kubus met daarin vier hydrofoons LWS20 die elk een sector van 90o bestrijken. Elke hydrofoon bevat tien elementen van het type ZP84, gerangschikt in een driehoekig patroon. De signalen van de tien elementen gaan naar acht voorversterkers.
Het frequentiespectrum wordt in vier delen gesplitst. Het ene bovenste hydrofoon-element (1) bestrijkt de hoogste frequentieband, van 40 tot 80 kHz. De drie bovenste (1, 2 en 3) ontvangen samen de band van 20 tot 40 kHz. Met het driehoekje van zes elementen (1 t/m 6) wordt de band van 10 tot 20 kHz ontvangen en de hele hydrofoon met tien elementen (1 t/m 10) verzorgt de laagste band van 5 tot 10 kHz. De hydrofoon bestaat geheel uit titanium en is bestand tegen elke diepte onder water, zo diep als een onderzeeboot kan duiken.

 

acoustic

     


Museum logo