[TNO-logo]
Museum logo

MUSEUM "WAALSDORP"

Passieve sonarontwikkelingen

  Vanaf 1951 werd tevens gewerkt aan onderzoek betreffende passieve sonar apparatuur. Als eerste dient de Passieve Afstand Indication (PAl) genoemd te worden. Bij proefnemingen en wijzigingen is intensief met Frankrijk samengewerkt.

In de onderzeeŽr waren op vaste posities langs de lengteas van het schip vier hydrofoons gemonteerd. Het schroefgeruis van een doelschip komt niet gelijktijdig aan bij de vier hydrofoons aan. De instelbare vertragingslijnen W1 en 2x W2 worden zo ingesteld, dat het geruis gelijktijdig bij de signaalbehandeling aankomt. De mate van vertraging ingesteld door W2 geeft de richting van het doel. Bij een vlak geluidsgolffront zijn de tijdverschillen van de twee bases gelijk. Een afwijking hierop ontstaat door het kromme golffront. Uit deze afwijking kan de positie van het doel worden berekend.

Latere proefnemingen met de PAI hebben helaas geen vruchten meer kunnen afwerpen door het besluit om dergelijke apparatuur in het buitenland te kopen.

In de late 50-er jaren werd nog het elektronische deel van een geruispeiler ontwikkeld, op het laboratorium bekend als onderwaterluisterapparaat (OLA). Verbeterde inzichten en gewijzigde technische mogelijkheden resulteerden in de modellen OLA-2 en OLA-3.


OLA


OLA-2

Elk van deze modellen betekende, bij gelijkblijvende prestaties, een aanzienlijke reductie in volume en gewicht vergeleken met zijn voorganger. Dit leidde echter niet meer tot productie, hoewel de laboratoriummodellen wel geruime tijd dienst deden op de onderzeeboten van de Koninklijke Marine.


OLA-3 (getransistoriseerde uitvoering van OLA-2) Vermeldenswaard is ook dat getracht is om het omwentelingstal van de schroef van een passerend schip te bepalen door het geluid van de schroef weer te geven op een elektronenstraalbuis.

De geruispeiler OLA werkt volgens het rechtse schema. In het centrum van de onderzeeŽr zijn twee hydrofoons gemonteerd op het uiteinde van een staaf, die om het midden in bakshoekrichting draaibaar is. Deze bakshoek wordt zo ingesteld dat de hydrofoon gelijke afstand hebben tot de geruisbron. De richting van de bron bevindt zich dan loodrecht op de staaf.

In 1955 werd begonnen met het meten van het eigen stoorgeruis in de sonar van diverse schepen. Na een aantal metingen op zee werd dit werk in latere jaren overgenomen door de Koninklijke Marine, die dit in eigen beheer als routine laat uitvoeren. Het laboratorium was ook later nog betrokken bij de verschillende aspecten die deze metingen opleverden. Hetzelfde geldt voor uitgestraald geruis; het laboratorium adviseerde bovendien bij de inrichting van een meetbaan voor dat doel en leverde de hiervoor benodigde hydrofoons.

 

acoustic

     


Museum Homepage