[TNO-logo]
Museum logo

MUSEUM "WAALSDORP"

Het sonaronderzoek na 1946

  De onderwaterakoestiek heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog op vrij grote schaal toepassing gevonden bij het opsporen van onderzeeboten en oppervlakteschepen. De daarvoor gebruikte toestellen, nu aangeduid met de naam sonar, waren zowel van het "actieve" en het "passieve" type. Het eerste sonartype berust op de ontvangst van de echo van een object na de uitzending van een signaal. In de passieve werkwijze gebruikt men het door het object zelf voortgebrachte geluid dat een gevolg is van onder andere de voortstuwing.

In 1946 werd in Nederland een schoorvoetend begin met nieuw fundamenteel onderzoek op het gebied van de onderwaterakoestiek gemaakt. Dit betrof proefnemingen betreffende de absorptie van geluid in vloeistoffen. Voor de Koninklijke Marine werd ook een uitgebreide sonarinstallatie onderzocht op een achtergelaten Duits oorlogsschip.

De Koninklijke Marine was van mening dat, gezien het toekomstige belang van sonar, de vorming van deskundigheid en ervaring binnen Nederland noodzakelijk was. Dientengevolge werd het laboratorium in 1948 belast met het ontwikkelen van een sonar bestemd voor het toenmalige nieuwbouwprogramma. De Engelsen, noch de Amerikanen waren bereid inlichtingen te verstrekken. Omdat Frankrijk zich internationaal in een soortgelijke positie als Nederland bevond bleek het mogelijk om tot een goede samenwerking te komen. Dit betrof niet alleen de ontwikkeling van transducenten en hydrofoons (onderwatermicrofoons), maar omvatte ook de uitwisseling van ervaring met apparatuur in ontwikkeling. Tevens stelde Frankrijk beproevingsfaciliteiten ter beschikking.

 

acoustic

     


Museum Homepage