[TNO-logo]
Museum logo

De periode 1986 - 1990: Van Batch naar Virtueel

NOS/VE: migratiepad naar de toekomst

Naast de behoefte aan een grotere capaciteit was er nog een andere reden om de CYBER 170-835 te vervangen door een CYBER 840A. Zoals een werkgroep eerder had aangegeven aan de directie, diende het FEL over te gaan op een virtueel geheugen operating systeem dat de volledige ASCII-tekenset ondersteunde. Hierbij moest wel een geleidelijk overgangspad gevolgd worden. De mogelijk om de twee operating systemen NOS/BE (Batch Environment) en NOS/VE (Virtual Environment) dual-state in één systeem te draaien en de mogelijkheid om de eerdere investeringen in schijfeenheden en communicatieapparatuur te beschermen, werd aangegrepen.
Na aanschaf van de CYBER 840A konden de gebruikers worden gepushed om over te stappen op NOS/VE. Doel was dat het FEL zijn handen eind 1989 vrij zou hebben om bij het aflopen van het CYBER 840A contract te kunnen kiezen voor andere systeemlijnen en merken.

Magneetbanden met kauwgom-eigenschappen

Door Operations was een eigen trend-analyse programmatuur ontwikkeld om een onderscheid te kunnen maken tussen fouten die op specifieke magneetbanden optraden en fouten van de magneetbandeenheden. Uit het bestand met de door het systeem gerapporteerde fouten, de zogenaamde CERFILE, kon zo uit de trend achterhaald worden dat een lees-/schrijfkop van een magneetbandeenheid minder goed ging presteren. Hierdoor konden wij aan de hardware technici aantonen dat preventieve vervanging nodig was.

Op een gegeven moment ontstonden er steeds meer problemen met het lezen en schrijven van magneetbanden die terug te voeren waren tot sterk vervuilde lees-/schrijfkoppen waarop bij nader bekijken een "kauwgom"-achtige pasta zat. Na analyse leken de problemen vaker op te treden op de eenheden waarop een bepaalde gebruiker banden had verwerkt die tijdens een vaarexpeditie opgenomen waren. Meer zekerheid ontstond toen de magnetische laag van een van de banden van de meetcampagne spontaan losliet. Cleaning van de magneetbanden - het over een saffier spoelen van de band - lostte het probleem niet op.

Nadat een eenheid extra schoongemaakt was, wezen proeven met ongebruikte magneetbanden die mee geweest waren op "expeditie" uit dat het probleem veroorzaakt werd door deze banden. Banden uit dezelfde serie die niet mee geweest waren, vertoonden deze problemen niet.

De banden waren voorzien van een smeerlaagje van siliconen. Gezien de hete zomer, leek het waarschijnlijk dat de banden tijdens het overzetten naar de wal enige tijd in de volle zon aan dek hadden gestaan, waardoor de siliconenlaag gedesintegreerd was. De leverancier gaf geen thuis... en hoefde daarna geen computermedia meer te leveren aan het Laboratorium.
Met enkele magneetbanden in de volle zon in een vensterbank en een set in de koele computerruimte werd bewezen dat dit probleem op identieke wijze was ontstaan.

Inmiddels had de "kauwgom"-plaag zich door "slijtage" van de vieze laag verspreid door het hele magneetbandenbestand. Voornamelijk betrof dit de verzameling backup-banden, hetgeen ernstige gevolgen kon hebben bij systeemcalamiteiten.

Besloten werd om kleine honderd magneetbanden die opgenomen waren over te zetten naar banden van een ander merk om daarmee een "schone" kopie te hebben. De verzameling vervuilde banden mocht alleen nog maar op één magneetbandeenheid verwerkt worden. Deze eenheid werd enkele malen per dag (extra) schoon gemaakt. De andere magneetbandeenheid werd alleen gebruikt voor de "schone" banden. Gelijktijdig werd de verzameling magneetbanden voor de backup ververst.

Uit de trendanalyse konden wij achterhalen dat het "sticky" probleem na een moeizame periode van extra schoonmaakaandacht onder controle was gebracht. Na een half jaar konden de extra maatregelen opgeheven worden.



Museum Homepage