[TNO-logo]
Museum logo

Grafische voorzieningen 1974 - 1978

PDP 11/60 en Evans & Sutherland PS/2

Picture System/2 (PS/2) Het CDC Digigraphic grafische computersysteem werd medio 1979 afgestoten. Daarvoor in de plaats werd een DEC PDP 11/60 en een Evans & Sutherland Picture System/2 (PS/2) geïnstalleerd. Het PS/2-systeem kostte zo'n US$ 110.000, het PDP 11/60 systeem ongeveer evenveel. Het PDP 11/60 systeem bevatte 192 KB geheugen, een CPU met een hardware floating point unit en vier verwisselbare RL01-schijven met een opslag-capaciteit van 5 MB per stuk.

De in april'92 geplande installatie werd sterk vertraagd omdat zware spullen tijdens het transport per vliegtuig boven op beide systemen geplaatst waren. Het systeem-frame was uitgeknikt en behoorlijk uit het lood geraakt, een - nog werkende - beeldbuis was gevallen en ruim vijf centimeter naar achter in de behuizing geschoten. Uiteindelijk werd eind juli'79 een vervangend PDP 11/60 systeem geleverd en werd de overige schade gerepareerd.


De PDP 11/60 met de vier RL01-schijfeenheden en de Kennedy tape-recorder.

Bij de invoer van het systeem probeerde het Laboratorium nog vrijstelling te krijgen van invoerrechten, omdat het PS/2 grafische systeem een "voorwerp van wetenschappelijke aard" betrof dat voornamelijk geschikt was voor de "verwezenlijking van wetenschappelijke activiteiten". Dit verzoek werd door het Commité Douane-vrijstellingen afgewezen. In 1980 was daarmee de tijd aangebroken, dat mini-computers en grafische systemen gewone apparaten werden.

Eind 1980 werd het Picture System/2 uitgebreid tot een Multi-Picture System. De grote behoeftesteller was researchgroep Telecommunicatie, die destijds onderzoek verrichtte aan de inrichting van het rasterverbindings-stelsel van het Eerste Legerkorps (1LK).

De CDC Cyber 18-17: plotten en D-Manager

De CDC Cyber 18-17 (kortweg System 17), die eerder de Digigraphic aanstuurde, werd hergebruikt als mini-computer om zowel de Calcomp 936-plotter aan te sturen als om de DManager te huisvesten. De DManager was een eigen Laboratorium-ontwikkeling: een bus-structuur waaraan tot maximaal 63 processoren (POP's) gekoppeld konden worden. Als toevoeging aan "Janus", het CDC CYBER PP-programma 1IR dat zowel de kaartlezer, printers als de Calcomp plotter aanstuurde, werd een overlay ontwikkeld die via een kanaalkoppeling een "hand-shake" maakte met een programma op de Cyber 18-17. Vervolgens werd de plotdata overgedragen naar de Cyber 18-17, die op zijn beurt de plotter aanstuurde. De kanaalsnelheid bedroeg zo'n 3 tot 4 Mbyte/s. Na het plotten werden de plotfiles nog enige tijd bewaard om eventueel opnieuw geplot te worden indien bijvoorbeeld een inktpen uitgedroogd was.



Museum logo