[TNO-logo]
Museum logo

De CDC 6400 (vervolg)

Anekdote: minirok-perikelen

In 1978 kwam er een nieuwe printer die sneller was, minder "dansende" letters opleverde en minder geluid maakte. Ook had de nieuwe 580-printer een automatische "tafel" waar de uitvoer netjes opgevouwen werd. Zoals gebruikelijk werd er op het "floorplan" met een schaalmodel geschoven totdat de juiste plaats bepaald was. Vooraf werden gaten gezaagd in de tegels van de verhoogde computervloer en werden de elektrische en signaalkabels voorbereid (op foto zijn beide printers te zien). Er was echter iets over het hoofd gezien: het deurtje van de nieuwe printer draaide de andere kant uit dan die van de oude printer.

Omdat ze computers razend interessant vond, viel een van de secretaresses regelmatig in als operatrice. Nu hield zij ook van hippe minirokken. De in die tijd voornamelijk mannelijke Laboratorium-bevolking, waaronder vele militair gedetacheerden, ook. Nu is het uit de printer halen van de uitvoer ergonomisch gezien een minder geslaagd type werk voor iemand met een minirok. Om het snel groeiende "sociale gebeuren" bij de balie te beteugelen werd ijlings besloten de printer 90 graden te draaien (waardoor de collega-operators en systeemprogrammeurs betere arbeidsomstandigheden kregen).

Systeemprogrammatuur

Het Scope 3.4 operating systeem, later herdoopt in Network Operating System/Batch Environment oftewel NOS/BE, werd tezamen met de vertalers in de vorm van source code aangeleverd. Voor Systeemprogrammering op het Physisch Laboratorium (PhL) was het een soort sport om nieuwe versies ("levels") voor het operating systeem als "eerste in de wereld" in productie te hebben. Naast het voordeel van de nieuwe mogelijkheden waar de gebruikers vaak om zaten te springen was er het nadeel dat systeemfouten veelal pas in "het veld" in een operationele omgeving gevonden werden. De veelzijdigheid van problemen en systeemfouten die hierdoor om een vaak snelle oplossing vroegen betekende dat er veel ervaring opgedaan werd om een fout snel te analyseren, een hypothese te stellen, een oplossing te genereren en deze tijdens het "happy hour" voor systeemprogrammering (systeemtijd van 17.30 tot 18.30 uur) te verifiëren.

Het Laboratorium had net als alle collega-rekencentra in Nederland gekozen voor de zogenaamde 63 character set. Control Data testte in Amerika alleen systemen met de 64 character set. Niet goed ontwikkelde code of code van "nieuwe" programmeurs leverde bij bijna iedere nieuwe release één of meer fouten op, die wij op het Physisch Laboratorium corrigeerden en met veel misbaar "wereldkundig" maakten. Dit via het Problem Reporting System-mechanisme (PSR). Iedere twee weken werd een setje microfiches met alle wereldwijd verzamelde klachten - en oplossingen - door Control Data aan alle rekencentra toegestuurd. Bij ieder release-level was het spannend of de gevonden fouten door ons als eerste gemeld waren of dat onze collega van de Universiteit van Arizona met de eer ging strijken....

Jaar

Ingezonden klachten

Met code (opgelost)

Jaar

Ingezonden klachten

Met code (opgelost)

1975

67

31

1983

69

48

1976

56

48

1984

36

20

1977

56

45

1985

231

54

1978

70

44

1986

216

21

1979

134

49

1987

252

14

1980

86

75

1988

201

4

1981

63

51

1989

136

0

1982

69

29

1990

78

0

Door het Laboratorium aangemelde softwareproblemen (site code PLTN).

Naast correcties voor systeemfouten, werd veel aanvullende code zelf ontwikkeld. Ook werd veel code zelf geschreven om de werkzaamheden van de operator aan het console te verlichten. Daar waar het standaard NOS/BE operating systeem het samenspel van twee of drie schermen vereistte om een commando in te typen, brachten wij alle benodigde informatie op één schermbeeld tezamen. Ook werd in een aantal operatorcommando's het intypen van de volledige 7-tekens lange jobnaam vervangen door het intypen van de twee of driecijferige "ordinal" of werd de jobnaam automatisch aangevuld. Het Laboratorium liep wat dit betreft ver vooruit op wat later de "ergonomische werkplek" zou gaan heten.

Anekdote: "de Directeur keek vreemd op.."

De sectie Programmeren van de Computergroep schreef en onderhield verschillende programma's voor de Krijgsmacht. Voor oefeningen van de communicatiecentra van de Koninklijke landmacht was een programma geschreven om random tri-grammen op te leveren, die aan een aantal specifieke eisen moesten voldoen. Om het werk van de dienstplichtigen die de verbindingen tot stand moesten brengen interessant te houden, werden de "random"-parameters zo gevarieerd dat er een zo groot mogelijke hoeveelheid "drie-letterwoorden" in de aan de opdrachtgever opgeleverde lijsten voorkwamen. De dienstplichtige soldaten waardeerden dat hooglijk, totdat een generaal op inspectie was in de communicatiebunker. "Nieuw tri-gram ?" "K..T".... De generaal: "Op rapport !"

"Maar Generaal, in deze lijst staat 'K..T", ziet u wel." Waarop de Directeur van het Physisch Laboratorium een brief van de Generaal ontving met dank voor de tijdig geleverde lijst met tri-grammen en tevens de opdracht om de lijsten met tri-grammen minder "random" aan te maken. In de brief werden door de opdrachtgever met name de drie-letter woorden "k..t" en "l..l" letterlijk genoemd als tri-grammen die voortaan uitgefilterd moesten worden.... Waarschijnlijk is dit de enige opdrachtspecificatie ooit aan TNO geweest waarin de klant drie-letter woorden specificeerde !
Overigens was het voor de programmeur een sport om nieuwe "offensieve" tri-grammen te vinden voor zijn klanten, "de dienstplichtigen" !



Museum logo