[TNO-logo]
Museum logo

Computer historie LEOK:
Periode 1964 - 1974

Het eigen rekencentrum (LEOK)

In de eind 60-er jaren was inmiddels begonnen met de reservering van gelden voor een computersysteem voor het eigen op te richten Rekencentrum op het Laboratorium Elektronische Ontwikkelingen Krijgsmacht (LEOK). Het primaire doel was het aanschaffen van een process-control computer, met als nevenvoorwaarde dat er voldoende support software en randapparatuur bij zou zijn voor programmaontwikkeling en wetenschappelijk rekenwerk. Uit het marktonderzoek resulteerde de aanschaf van een computersysteem op basis van de Ferranti FM 1600B-computer, aanbevolen op grond van prijs, levertijd en kwaliteit van instructie-repertoire en in/uitvoerorganisatie.

De bestelling werd (na enige vertraging) eind 1969 geplaatst, zodat er na de aflevering van de 3D-simulator in 1970 voor het LEOK een 'computerloos tijdperk' aanbrak.

Wel konden op de SIMREK in Den Helder nog beperkte werkzaamheden worden uitgevoerd, maar de in die tijd opgerichte Rekenafdeling/programmeergroep moest zich toch hoofdzakelijk beperken tot het voorbereiden van de komst van de eigen Ferranti FM1600B computer. Gelukkig werd het einde van deze periode vervroegd doordat de RAREK computer uit het 3D-project vrijgekomen was en aan het LEOK ter beschikking werd gesteld.

Ferranti FM1600B computer

Ferranti Ferranti
Ferranti Ferranti
Ferranti computer
(foto's zijn genomen bij de overdracht van het systeem)
Klik op een foto voor een vergroting

In de zomer van 1971 werd de eigen FM1600B op het LEOK in bedrijf gesteld. Bovenstaande, bij de overdracht gemaakte, foto's geven een indruk van het systeem.

Het computersysteem bestond uit de centrale verwerkingseenheid, 16K geheugen (later 40K), 22 interruptkanalen, waarop reeds aangesloten de standaard-randapparatuur:

Ferranti FM1600B Aan software kwamen beschikbaar compilers voor ALGOL 60, FORTRAN II en CORAL 64, een assembler voor FIXPAC, een subroutine bibliotheek en utiliteitsprogramma's. CORAL 64 was destijds de NAVO programmeerstandaard, blokgestructureerd zoals Algol 60, voor toepassingen in real-time omgevingen. De vertaler (compiler) has zes passes! Berekeningen konden gedaan worden in integer, floating point, of fixed point (waarbij de komma steeds op een ander punt terechtkwam). Voordeel was was optimale nauwkeurigheid bij maximale snelheid.
FIXPAC (FixedPoint Autocode) was de assembler. De instructies waren gebaseerd op drie adressen, bijv. Va=Vb+Vc - V werd met de Griekse letter 'nu', een klein rond v-tje geschreven).

De programma-invoer vond plaats vanaf ponsband. Bij compilatie in verschillende fasen verscheen de tussencode eveneens in ponsband. De bediening geschiedde d.m.v. het operatorpaneel. Al snel hebben wij zelf een eigen besturingssysteem ontwikkeld om vanaf magneetband te werken. Na deze aanpassing herkende de bootstrap magneetband als "boot device".We noemden dat "BOS". Daarna werd een groter besturingssysteem "EOS" geladen vanaf magneetband met een simpele commandostructuur en een zeer universele IO-interface. Een zelfgeschreven teksteditor, zoals die van de PDP 8 completeerde het geheel. Compilers werden gedecompileerd en aangepast om van de IO-interface gebruik te gaan maken ("Ik herinner mij nog dat Pim O. maanden heeft zitten zweten op de Algol compiler, die toen eindelijk de daarna legendarische regel "zo is het goed jongens" produceerde"). Het geheel werd bediend vanaf een Tektronix beeldstation met geheugenscherm, zodat wij van de lawaaige teletype afwaren. Het besturingssysteem hebben wij terug kunnen verkopen aan Ferranti: we kregen een extra blok geheugen. EOS is ook nog toegepast, met schijfeenheid, i.p.v. magneetband, bij het Mechlua trainer project.


Mechlua trainer

Een project uit die tijd dat gebruik maakte van de Ferranti was Torpeval (2D fase). Waarbij aan boord van schepen opgenomen informatie op het LEOK werd bewerkt en gepresenteerd in plots en in tabelvorm. Om de regeldrukker en plotter te kunnen bereiken moest dit project in assemblercode worden geprogrammeerd. Later werden de ALGOL en FORTRAN compiIer tot dit doel door LEOK aangepast, met het voordeel van sneller en gemakkelijker programmeren. Op hardware-gebied werd in die periode de hiervoor noodzakelijke geheugenuitbreiding tot 32K gerealiseerd en de display-terminal aangekoppeld.

Het systeem werd ingezet voor:

Eind 1969 werd er een 2400 baud synchrone terminal-verbinding gelegd met de CDC 6400 van het Physisch Lab. RVO-TNO. Twee medewerkers van het Prins Maurits Laboratorium hadden dat geïmplementeerd in Basic Plus, de standaard taal voor het Resource Time Sharing System oftewel RSTS/E besturingssysteem voor PDP-11's. Basic Plus was een compleet ongestructureerde Basic-uitwas. Het kende statement modifiers: voorwaardes die je nog eens achter een basic statement kon frommelen. De sport in die dagen was om je hele programma in zo'n minimaal aantal Basic regels te programmeren, waarbij één regel makkelijk een halve pagina kon vullen. Ook waren er plannen om de RAREK te koppelen aan de CDC 6400 en de FM1600B uit te rusten met een time-sharing operating multi-user systeem. Voordat het zover was, werd de Ferranti vervangen door een DIGITAL PDP 11/60. Later werd dit aangevuld met een PDP 11/44 en een PDP 11/34.

Het grote project van het LEOK uit die tijd is de Mech Lua (Luchtafweer) Trainer (MLT) ook met FM1600B computers van Ferranti. Deze zijn tot in 1998! in Ede in gebruik geweest. Een van de TNO-FEL medewerkers constateert begin 1998: "Het is verwonderlijk om een dergelijke computer nog te zien werken en het maakt ook nog niet een al te aftandse indruk".

Anekdote: Marineblauwe ponsband

Een belangrijk project vereiste de verwerking van vele honderden meters ponsband opgenomen aan boord van de Nederlandse marine schepen. Nu was de Ferranti voorzien van een "ultra-moderne" ponsbandlezer, een met lichtcellen. Probleem was dat de Koninklijke Marine nog mechanisch te lezen witte ponsband gebruikte. De lichtcellen van de Ferranti ponsbandlezer waren zo gevoelig dat deze door de witte ponsband heen lazen, kortweg alle bitjes werden als "gat" herkend.
Bij gebrek aan ponsband dupliceringsappartuur was er slechts een oplossing. Enkele flessen inkt werden geleegd in een prullenbak, waarna de ponsbanden handmatig werden doorgevoerd door het hoofd van de systeemgroep. Na droging kon de inmiddels blauwe ponsband probleemloos gelezen worden.

Analoog en hybried rekenen

Deze sectie zal op een later moment ingevuld worden. Meer informatie over analoog rekenen bij het museum van de UvA.



Museum Homepage